Nieuws & Inzichten

Blijf op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen in
dyslexie-ondersteuning en appfunctionaliteiten.

Terug naar nieuws

ei of ij? Vaker een regel dan je denkt

Article

3 minuten leestijd

"Mama, is het ei of ij?" Grote kans dat je antwoord neerkomt op: "zo schrijf je dat gewoon." Voor jou werkt dat, je woordbeeld vult het vanzelf in. Maar een kind met spellingproblemen hééft dat stabiele woordbeeld niet. Het ziet het woord voor zich en twijfelt, elke keer opnieuw.

Het goede nieuws: voor de keuze tussen ei en ij bestaan er méér regels dan bijna iedereen denkt. Hieronder een paar echte kaartjes uit de methode.

Regel 1: vóór een f of v schrijf je ij

Ik hoor een ei/ij-klank voor een f/v.
Ik schrijf i, j.

vijf, cijfer, twijfelen, ijverig, lijvig

maar: weifelen

Let op hoe de methode met de uitzondering omgaat: die wordt niet verzwegen maar er meteen bij geleerd. Eén regel, één uitzondering — dat is te doen. Duizend woorden los vanbuiten leren is dat niet.

Regel 2: de achtervoegsels

Achtervoegsels zijn vaste bouwstenen, en elk heeft zijn vaste schrijfwijze. -heid, -erlei en -teit schrijf je met e-i: gezondheid, allerlei, rariteit. En -lijk is misschien wel de mooiste van allemaal: je hóórt -luk (vrolijk klinkt als vroluk), maar je schrijft -lijk. Dadelijk, moeilijk, makkelijk, eerlijk — één regel dekt ze allemaal.

Regel 3: sterke werkwoorden krijgen altijd ij

Ik hoor een lange e-klank in de verleden tijd van een sterk werkwoord dat in de tegenwoordige tijd een ij-klank heeft.
Ik schrijf altijd ij.

keek — kijken
wees — wijzen
bewees — bewijzen
meed — mijden

Hoor je in de verleden tijd een lange e (keek, wees, bleef), dan is het in de tegenwoordige tijd altijd een lange ij. Geen enkele uitzondering. En alle woorden die van zo'n werkwoord zijn afgeleid, houden die ij: kijken → een kijker → een verrekijker.

De vraagzin-truc: zei of zij?

Ik hoor de klank zei / zij.
Ik maak de zin vragend.
Komt die klank op de eerste plaats van de vraagzin, dan schrijf ik zei — want zei hoort in het rijtje zeggen - zei - gezegd.
Komt die klank niet op de eerste plaats, dan schrijf ik zij — want zij hoort in het rijtje ik, jij, hij, zij, wij.

Zei zij iets aardigs tegen haar vriend?

Dit is typisch De Haan: sommige spellingvragen blijken eigenlijk grammaticavragen, en dan krijg je een grammatica-gereedschap in plaats van "onthoud het maar".

En als er echt geen regel is: het woordpaar

Soms beslist de betekenis: lijden met lange ij als het om pijn gaat, leiden als het dat niet is. Rijk met ij bij geld of een land, reik met ei als je iets aanreikt. En voor de rest zijn er woordparen: twee woorden die samen één geheugenanker vormen. Wei (de weide) tegenover wij (de mensen). Hei (de heide) tegenover hij. Het paar wordt dagelijks hardop gelezen tot het vastzit, vanaf dan houdt het ene woord het andere op zijn plek.

Regel waar het kan, anker waar het moet, en het verschil tussen die twee wordt nooit verdoezeld.

Welke van deze regels mist jouw kind? Dat verklappen zijn eigen verschrijvingen.

Ontdek het met het gratis proefdictee — tien minuten, geen account nodig. Lees ook het vervolg: au of ou? Ook daar zit meer systeem in dan je denkt.

Jo Segaert

Over de auteur

Jo Segaert

Jo Segaert is de oprichter van Dyslexie.ai. Hij is zelf zwaar dyslectisch. Hij kon niet lezen of schrijven tot zijn 10de en leerde het in enkele maanden via de Methode De Haan. Hij studeerde later ingenieurswetenschappen en bouwt nu het platform dat hij als kind had willen hebben.

Klaar om te zien hoe Dyslexie.ai een verschil kan maken?