Door Mieke Witdouck, moeder van Jo Segaert (oprichter van Dyslexie.ai)
Al tijdens het eerste leerjaar was het zonneklaar: lezen ging Jo bijzonder moeilijk af. Toch leek hem dat aanvankelijk niet te deren. Tijdens de vakantie maakte hij zelfs een reeks boekjes over Paul. Trots liet ik ze aan mijn broer zien, die onderwijzer is. Hij wees me op de vele schrijffouten, iets wat ik zelf ook al had opgemerkt, omdat de fouten me bekend voorkwamen. Als kind had ik immers ook veel moeite gehad met correct schrijven.
Kort voor het einde van dat eerste leerjaar las ik een artikel in Knack over dyslexie. Onmiddellijk wist ik: dit is wat er met Jo aan de hand is. En dat gold eigenlijk ook voor mijn vader en mijzelf.
Niets werkte
Ik trok naar het CLB. Daar werd logopedie aanbevolen. Ik had er goede hoop op, maar al snel merkte ik dat de logopedische bijstand weinig effect had. Toch bleef ik Jo opvolgen en motiveren. Ik ging regelmatig naar de bibliotheek om boekjes te lenen. Ik merkte dat hij die met grote tegenzin las.
In het derde leerjaar werd het duidelijk dat hij ook moeite had met het lezen van opdrachten bij wiskundige taken. Zijn onvermogen om te lezen bracht hem steeds vaker in de problemen. Toch viel dat op school nauwelijks op, omdat hij over een fenomenaal geheugen beschikte. De leerkrachten merkten vaak niet dat hij iets niet kon lezen, hij herinnerde het zich gewoon omdat hij het eerder had gehoord.
Na twee jaar logopedie bleek er geen vooruitgang te zijn geboekt. De regeltjes die hij daar leerde, vergat hij snel en paste ze niet toe. Hij las nog steeds op het niveau van een gevorderde leerling uit het eerste leerjaar. Woorden met meerdere lettergrepen waren voor hem een onoverkomelijke hindernis.
Mijn bezorgdheid groeide. Zelf had ik ook dyslexie gehad, maar ik kon, zij het traag, wel op het niveau van mijn klasgenoten lezen. Wat er bij Jo gebeurde, kon ik niet plaatsen. Ik wist niet hoe ik het moest aanpakken en raakte wanhopig.
Toen hoorde ik over een methode met bewegingsoefeningen. Mijn ouders zijn met Jo naar Zeeland gereden, waar hij een reeks oefeningen aanleerde. Maar ook dat hielp helemaal niets.
Een telefoontje
Jo zat in het derde trimester van het derde leerjaar en de kloof met de andere kinderen werd steeds groter. Ik voelde me machteloos.
Tot op een dag een collega me opbelde. Zij had in De Standaard een advertentie gezien over de Methode De Haan. Er zouden twee gratis infoavonden plaatsvinden in Antwerpen.
Ik besloot ernaartoe te rijden en ben, haast halsoverkop en zonder me er vooraf grondig in te verdiepen, met de methode aan de slag gegaan. Ik ben niet iemand die alles tot in de puntjes uitzoekt voor ik begin. Ik vond dat we geen tijd te verliezen hadden. Jo was intelligent, maar liep vast op school. Ik móést iets proberen.
Elke avond kaartjes lezen
Het werd zomer, en tijdens de vakantie begonnen we met het lezen van de kaartjes van De Haan. Elke dag las ik de kaartjes met Jo. Ik wist dat we dit minstens 35 keer moesten herhalen, zodat de regels zich zouden vastzetten in zijn langetermijngeheugen.
We bouwden een ritme op. Ik denk dat we in zes maanden tijd wel een honderdtal kaartjes hebben behandeld, elke avond opnieuw. Het kostte minstens een half uur per dag, maar ik gaf niet op. Ik wist wat er op het spel stond.
Jo was niet altijd gelukkig. Soms probeerde hij zich stiekem te verstoppen, in de hoop dat ik het zou vergeten. Maar ik vergat die kaartjes nooit. Ik wist wat er voor hem op het spel stond. Dit was een opdracht die we samen moesten volbrengen.
Was het frustrerend? Voor mij absoluut niet. Ik zag dat hij vooruitgang boekte, en dat gaf me vleugels. Ik had zelf hard geleden onder mijn eigen leerprobleem, en wist als geen ander wat er kon gebeuren als we zouden opgeven.
"Ik heb Matilda gelezen"
En toen, op een mooie dag tijdens de kerstvakantie, stapte Jo de kamer binnen en zei: "Ik heb Matilda van Roald Dahl gelezen."
Mijn man had hem dat boek al een paar jaar eerder gegeven. Ik was verbaasd, maar eigenlijk ook weer niet.
Tijdens het werken met de kaartjes had ik niet het gevoel gehad dat Jo de taal écht beter begon te begrijpen. Daarom was de verrassing des te groter. Mijn man en ik waren dolblij en ook oprecht trots op onze zoon. Na jaren van strijd was het eindelijk zover: hij kon lezen.
Op dat moment wist ik het zeker: de Methode De Haan werkte. Ik vertelde het aan iedereen die het maar wilde horen. Ik schreef er een artikel over en organiseerde twee infoavonden om mijn ervaring te delen.
Een licht in het oerwoud
Telkens wanneer Jo me gaandeweg vertelde dat hij wist hoe hij een woord moest schrijven omdat hij het nog kende van een kaartje, voelde dat als een kleine mijlpaal. Ik besefte dat er eindelijk een licht was aangestoken in het donkere oerwoud waarin hij meer dan drie jaar had rondgedoold. Plots kon hij de paden zien. Hij kon erin wandelen. Hij begon te lezen en te schrijven. Hij leerde de Nederlandse taal kennen.
Waarom deze methode anders is
De Methode De Haan voelde bijna wiskundig aan, helder, logisch en gebaseerd op vaste principes. Geen wollige verhaaltjes of kindvriendelijke verpakkingen.
Wat mij aansprak, was dat De Haan wél uitleg geeft. Als je een kind niet kunt uitleggen waarom eenzelfde klank op twee of meerdere manieren wordt geschreven, zoals in 'het' en 'hut' (in Vlaanderen), dan heb je, naar mijn mening, geen basis om iemand te leren lezen en schrijven.
Mijn advies aan ouders
Je begint aan iets onbekends. De bouwblokjes van spellingregels lijken eerst vreemd, maar heb geduld. Gaandeweg zie je het nut ervan in. Je merkt dat je kind vooruitgaat. Niet opgeven is de boodschap. En als je na een tijdje kleine of grote wonderen ziet, weet je waarom je je hebt ingezet.
Noot van Jo: mijn moeder las en een half uur per dag met mij. Vandaag doseren we voorzichtiger, hoogstens twaalf minuten per dag, en dat blijkt genoeg.